Kleine of microvennootschap: waarom de groottecriteria ertoe doen
Een vennootschap is klein (art. 1:24 WVV) wanneer ze op balansdatum van het laatst afgesloten boekjaar niet meer dan één van deze drempels overschrijdt: een balanstotaal van 6.000.000 euro, een jaaromzet (excl. btw) van 11.250.000 euro, en een gemiddeld personeelsbestand van 50 werknemers. De microvennootschap is een subcategorie van de kleine vennootschap, met drempels van 450.000 euro balanstotaal, 900.000 euro omzet en 10 werknemers — en de bijkomende voorwaarde dat ze geen moeder- of dochtervennootschap is.
Waarom dit telt
- Rapportering: kleine vennootschappen mogen het verkorte jaarrekeningschema gebruiken, microvennootschappen het micromodel — minder detail, minder publicatie.
- Fiscaliteit: heel wat gunstregimes zijn voorbehouden aan kleine vennootschappen: het verlaagd tarief van 20%, VVPR-bis, de verhoogde investeringsaftrek en de 120%-aftrek voor e-facturatiekosten.
- Traagheidsregel: de kwalificatie wijzigt pas wanneer u twee opeenvolgende boekjaren de criteria overschrijdt (of er weer onder zakt) — één uitschieter verandert dus nog niets.
Beoordeel de groottecriteria nooit op omzet alleen. Ook het balanstotaal, het personeelsgemiddelde en de groepsverbondenheid tellen mee.
Voor vennootschappen die deel uitmaken van een groep worden de criteria bovendien op geconsolideerde basis bekeken. Zit uw vennootschap dicht bij een drempel, dan loont het om dat vóór de jaarafsluiting te weten — soms is een bewuste keuze rond timing van investeringen of aanwervingen het verschil tussen twee regimes.
Bronnen: art. 1:24–1:25 Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen; Nationale Bank van België, toelichting jaarrekeningmodellen; wet van 27 maart 2024 (verhoging drempels).