Minimumbezoldiging 2027: €51.000, niet €50.000
Vanaf aanslagjaar 2027 stijgt de minimumbezoldiging die een kleine vennootschap aan minstens één bedrijfsleider-natuurlijke persoon moet toekennen om het verlaagd tarief in de vennootschapsbelasting te behouden. Het correct geïndexeerde bedrag is €51.000 — niet €50.000. Hieronder leest u hoe dat bedrag tot stand komt en waar u op moet letten.
Waarom telt de minimumbezoldiging?
Kleine vennootschappen kunnen onder voorwaarden het verlaagd tarief van 20% toepassen op de eerste schijf van €100.000 belastbare winst. Eén van die voorwaarden is de minimumbezoldiging: de vennootschap moet aan ten minste één bedrijfsleider-natuurlijke persoon een voldoende hoge bezoldiging toekennen. Tot en met aanslagjaar 2026 bedroeg die drempel €45.000. De wet van 15 juli 2026 tot hervorming van de personenbelasting wijzigt de regeling vanaf aanslagjaar 2027.
Waarom €51.000 en niet €50.000?
De nieuwe wet noemt geen vast bedrag van €50.000. Artikel 80 vervangt de bepaling in artikel 215, derde lid, 4° WIB 92 door een basisbedrag van €25.000, dat jaarlijks wordt aangepast met de wettelijke indexatiecoëfficiënt en afgerond op een veelvoud van €1.000. Voor aanslagjaar 2027 bedraagt die coëfficiënt 2,0592:
€25.000 × 2,0592 = €51.480, afgerond €51.000.
Het bedrag van €50.000 dook eerder op in de parlementaire voorbereiding, waar ter illustratie nog werd gerekend met de coëfficiënt 2,0096 van aanslagjaar 2026. Voor aanslagjaar 2027 geldt de nieuwe coëfficiënt — en dus €51.000.
De voorwaarde concreet
Om voor aanslagjaar 2027 het verlaagd tarief te genieten, moet de vennootschap — naast de overige voorwaarden — aan minstens één bedrijfsleider-natuurlijke persoon een bezoldiging toekennen die minstens gelijk is aan €51.000, óf aan het belastbaar inkomen van de vennootschap wanneer dat lager ligt dan €51.000.
Die tweede regel wil nauwkeurig gelezen worden. Ligt de bezoldiging onder €51.000, dan blijft het verlaagd tarief mogelijk zolang het belastbaar inkomen die bezoldiging niet overschrijdt. Een voorbeeld: bij een bezoldiging van €30.000 en een belastbaar inkomen van €28.000 is aan de voorwaarde voldaan; bij een belastbaar inkomen van €35.000 niet. Omdat de bezoldiging zelf het fiscale resultaat beïnvloedt, laat u die berekening het best vóór de afsluiting van het boekjaar controleren.
Starters en uitzonderingen
De minimumbezoldiging geldt in principe pas vanaf het vijfde belastbare tijdperk na de oprichting; tijdens de eerste vier tijdperken is een vennootschap er niet aan onderworpen. Bij voortzetting van een bestaande activiteit kunnen eerdere tijdperken echter meetellen. Erkende coöperatieve vennootschappen (artikel 8:4 WVV) vallen buiten deze voorwaarde. De overige voorwaarden voor het verlaagd tarief blijven onverkort gelden.
Let ook op de 20%-grens voor voordelen van alle aard
Vanaf aanslagjaar 2027 geldt daarnaast een afzonderlijke beperking: overschrijden de forfaitair geraamde voordelen van alle aard méér dan 20% van de totale bezoldiging aan bedrijfsleiders, dan kan de vennootschap het verlaagd tarief eveneens verliezen. Enkel €51.000 halen volstaat dus niet noodzakelijk — ook de samenstelling van het bezoldigingspakket telt.
Het is geen bedrag om achteraf vast te stellen, maar om vóór de afsluiting te sturen. Een bezoldiging die net onder de drempel valt, kan het volledige verlaagd tarief kosten.
Voor welke boekjaren?
De nieuwe drempel geldt vanaf aanslagjaar 2027. Voor een vennootschap die per kalenderjaar boekhoudt, gaat het om het boekjaar dat afsluit op 31 december 2026. Aanslagjaar 2027 omvat ook gebroken boekjaren die afsluiten tussen 1 januari en 30 december 2027; een boekjaar dat afsluit op 31 december 2027 hoort in principe bij aanslagjaar 2028. Bij een wijziging van de afsluitdatum is een afzonderlijke controle aangewezen.
Wat u het best controleert
- Kwalificeert uw vennootschap als kleine vennootschap?
- Is de minimumbezoldiging al op haar van toepassing (vanaf het vijfde tijdperk)?
- Hoeveel bezoldiging is aan elke bedrijfsleider-natuurlijke persoon toegekend?
- Blijft bij een bezoldiging onder €51.000 het belastbaar inkomen niet hoger dan die bezoldiging?
- Wordt de 20%-grens voor forfaitaire voordelen van alle aard gerespecteerd?
- Is aan de overige voorwaarden voor het verlaagd tarief voldaan?
Omdat het basisbedrag voortaan jaarlijks wordt geïndexeerd, moet de toepasselijke drempel elk aanslagjaar opnieuw worden nagegaan. Voor aanslagjaar 2027 is dat €51.000.
Bronnen: Wet van 15 juli 2026 tot hervorming van de personenbelasting, art. 80 en 88 (Belgisch Staatsblad / Justel); Wetsontwerp DOC 56 1243/001 (Kamer van volksvertegenwoordigers); FOD Financiën — indexatie van de fiscale grensbedragen voor aanslagjaar 2027 (coëfficiënt 2,0592). Dit artikel bevat algemene informatie en houdt geen individueel fiscaal advies in.