VVPR-bis sinds 1 juli 2026: het tarief stijgt van 15% naar 18%
De programmawet van 30 mei 2026 verscheen op 1 juni 2026 in het Belgisch Staatsblad. Daarmee trad de verhoging van het VVPR-bis-tarief in werking op 1 juli 2026 — de eerste dag van de maand die volgt op de publicatie. Het nieuwe tarief van 18% geldt voor dividenden die op of na die datum worden toegekend of betaalbaar gesteld.
Wat verandert er concreet?
De gecombineerde belastingdruk op winstuitkeringen stijgt voelbaar. Een kleine vennootschap die het verlaagd tarief vennootschapsbelasting van 20% geniet en vervolgens uitkeert onder VVPR-bis, komt nu uit op een totale druk van 34,4% — tegenover 32% voorheen. Op een uitkering van 50.000 euro betekent dat 1.500 euro extra roerende voorheffing.
De voorwaarden blijven ongewijzigd
- De inbreng gebeurde in geld, bij oprichting of kapitaalverhoging vanaf 1 juli 2013.
- De aandelen zijn op naam en ononderbroken in handen van de oorspronkelijke inbrenger.
- De vennootschap kwalificeert als kleine vennootschap (art. 1:24 WVV) op het moment van de inbreng.
- De wachttermijn blijft: uitkering ten vroegste uit de winstverdeling van het derde boekjaar na dat van de inbreng.
Ook de liquidatiereserve beweegt mee
Voor liquidatiereserves aangelegd vanaf 31 december 2025 stijgt de totale druk bij uitkering na de wachttermijn eveneens richting 18% (10% anticipatieve heffing bij aanleg, aangevuld met een verhoogde roerende voorheffing bij uitkering). Reserves die uiterlijk op 30 december 2025 werden aangelegd, behouden het oude, gunstigere regime. De twee sporen naast elkaar leggen is voortaan een vast onderdeel van elke uitkeringsbeslissing.
Wie vóór 1 juli via een geldige algemene vergadering tot uitkering besliste, valt nog onder 15% — de minister bevestigde in de Kamercommissie dat zo'n beslissing geen fiscaal misbruik uitmaakt.
Wat betekent dit voor uw planning?
Het antwoord is zelden "altijd uitkeren" of "nooit uitkeren". De afweging tussen loon, dividend en reservering verschuift met elk tariefpunt, en hangt samen met de verhoogde minimumbezoldiging en uw persoonlijke marginale druk. Een doorgerekend scenario per vennootschap blijft de enige betrouwbare basis.
Bronnen: Programmawet van 30 mei 2026 (BS 1 juni 2026, ed. 2, art. 18); antwoorden van de minister van Financiën in de Kamercommissie (april 2026); FOD Financiën.